Michel de Valk loopt al een hele tijd mee in de korenwereld van Nederland. Tijdens zijn opleiding studeerde hij naast koordirectie ook kerkmuziek, orgel, piano en zang. Na zijn opleiding bij onder andere Reinier Wakelkamp, Krijn Koetsveld en David porcelein aan de HKU te Utrecht volgde hij nog een vervolgopleiding Docentschap Koristenopleiding bij de toenmalige SNK (huidige Unisono). Ook werkte hij mee aan master classes met o.a. Robert Sund, king singers en Eric Ericson.
De Valk dirigeert verschillende koren met een uiteenlopend genre muziek. Dit gaat van oratorium tot heftige popmuziek. Hij werkte met gerenommeerde solisten (Ernst Daniel Smit, Udo Reinemann, Marco Bakker, Lieuwe Visser, Jasperina de Jong, Karin Bloemen, Kaz Lux) en orkesten (Nederlands Promenade Orkest, barokorkest Florilegium musicum en Brabants musick Collegie) aan de grote klassieke koorwerken als Bach’s Mattheus en Johannes passion, Requiem van Verdi, Schöpfung en Jahreszeiten van Joseh Haydn, Requiem van Mozart, Messiah van handel. Hij stond met koren o.a. in het Concertgebouw te Amsterdam, Musis Sacrum en Geldredome te Arnhem, Filharmonie te Haarlem, Orpheus te Apeldoorn en De Doelen te Rotterdam. Daarnaast verzorgde hij diverse radio-uitzendingen en CD opnamen en werkte mee aan het Nederlands Korenfestival (NKF), diverse concoursen voor mannenkoor en barbershopkoren etc. Als jurylid bij festivals en concoursen werkte hij voor het NKF en Koninklijk Nederlands Zangers Verbond (KNZV).
Naast het dirigeren van koren schrijft hij koorarrangementen in diverse genres.

De Valk’s fascinatie voor koren richt zich vooral op het plezier van muziek maken met amateurs. “Zingen is leuk" is zijn motto. Zingen van uit ontspanning om daarmee het beste te halen uit de zangers. Of het nu gaat om “zware" klassieke werken of een mooie swingende popsong, vanuit een positieve muzikale benadering zijn ook amateur zangers instaat boven zichzelf uit te stijgen. Zingen mag ook niet statisch zijn van De Valk. Een concert moet iets van theater elementen bevatten om het publiek blijvend te boeien zonder dat dit ten kosten gaat van de zangkwaliteit.